Willem Snellenberg

Ruim vijfenvijftig jaar geleden maakte ik als leerling van de Sporthochschule in Keulen voor het eerst kennis met sportmassage. Tijdens de lessen oefenden we de handgrepen op elkaar. Op een zeker moment werd ik als proefpersoon zelf gemasseerd en kreeg enorme bewondering voor de docent, die de ontspanning in  mijn spieren wist te bereiken. Op dat moment was mijn passie voor het masseren geboren. Toen ik fysiotherapie studeerde, was massage een belangrijk onderdeel van de opleiding. Hans  Patist was de docent, die mij de kneepjes bijbracht van de Heilmassage.

 

Verzorging van de F. C. Twente spelers

In  1968 werd mij gevraagd om bij F.C.Twente’65  te gaan werken.  Mijn leermeester uit Utrecht, Dr. Strikwerda had mij meegegeven, dat ik  als fysiotherapeut het accent moest leggen op het voorkomen van blessures en ook Dhr. Rijvers de toenmalige coach  was een groot voorstander van goede verzorging. In mijn eerste kennismaking met de profvoetballers hield ik ze voor, dat ik niet was gekomen om blessures te behandelen, maar om ze aan het spelen  te houden. Met mijn achtergrond als turnleraar en als fysiotherapeut ging ik  aan de slag met het afnemen van allerlei testjes om de kracht, de snelheid, de techniek, de lenigheid en het uithoudingsvermogen van de spelers vast te leggen. De  spelers werden met uitstekend resultaat extra begeleid om preventief te werken aan  de zwakke schakels van hun conditie. Ook werden sportmasseurs aangesteld om de spelers beter te verzorgen.

Functionele testjes

In elke sport zijn specifieke eigenschappen nodig. Er zijn eenvoudige testjes te maken om te meten, hoe iemand presteert. Toen ik veel tests met de bal liet uitvoeren en daar een soort laddercompetitie aan verbond, werd iedereen enthousiast. Ze wilden de beste zijn bij een slalom met de bal om paaltjes heen, alleen met het rechter been, of alleen met links. De beste zijn met sprongkracht of de Shuttle-run het langst volhouden. Ik leerde daarvan, dat het vastleggen van de testuitslagen, het bespreken, het controleren en  het uitleggen van de resultaten  heel erg belangrijk is om het gedrag ten aanzien van hun instelling en  leefwijze te veranderen. De spelers leerden wat ze er allemaal voor moesten doen om een goede voetballer te worden, maar vooral ook wat ze ervoor moesten laten.  Allerlei preventieve maatregelen, die ik ze mee gaf werden beter opgevolgd.  Er werd nauwelijks meer gerookt en gedronken. Er werd gelet op hun gewicht, er werd gezonder gegeten en de spelers gingen de verzorging, met name de herstelmassages meer waarderen.

Sportmasseurs

Toen ik  in de jaren 70 en 80  extra mankracht nodig had voor de begeleiding van de vier elftallen, die ik onder mijn hoede had, ging ik op zoek naar sportmasseurs om te helpen. De sportmasseurs, die solliciteerden bleken in die tijd niet goed genoeg opgeleid om aan de verwachtingen van de professionele sportwereld  te voldoen. Ik belde het Nederlands Genootschap voor Sportmassage en kreeg met Dhr. Wüthrich te doen. Die vroeg me wat er naar mijn mening aan de leerstof van  de Opleiding tot Sportmasseur mankeerde. Hij stelde voor om zelf een opleiding te gaan geven. Die begon ik in 1972. Ik schreef week na week  mijn lessen uit, hetgeen in de jaren tachtig resulteerde in het uitgeven van het Handboek Sportmassage. Sindsdien is de leerstof, het lesmateriaal  en de technieken keer op keer herzien, aangepast en vernieuwd. Om te komen tot een optimale afstemming en professionalisering van de sportmassage binnen de (sport-) gezondheidszorg, is de laatste jaren door het NGS met diverse sociale partners aan het functieprofiel van de sportmasseur gewerkt. Dat heeft geleid tot belangrijke veranderingen. Een belangrijke verandering is  de invoering van het methodisch handelen. Door methodisch en systematisch, volgens een voor de hele beroepsgroep vastgestelde procedure te werken, krijgen cliënten en andere disciplines in de zorg inzicht en vertrouwen in de deskundigheid van de sportmasseur. Het beroep specifieke onderzoek wordt vastgelegd in het cliëntendossier en met de cliënt besproken  om samen een haalbaar behandelplan op te stellen.  Daarmee kunnen de doelen, die beïnvloedbaar zijn  worden vastgesteld, waardoor de kwaliteit van de zorg, die de sportmasseur levert sterk  wordt verbeterd.

Preventie
De behandeldoelen van de sportmasseur richten zich niet alleen op het masseren en tapen, maar ook op het geven van adviezen omtrent voeding, beweging en herstel. Gezien de meer dan 4,5 miljoen sportblessures en de ruim 7 miljoen chronische aandoeningen, die de zorg in Nederland onbetaalbaar maakt, is de tijd rijp voor preventie. Een uitdaging voor de sportmassage om daar een leidende rol in te vervullen.